Litho van melkschuit in de haven van Amsterdam in circa 1860

Melkschuit op weg naar de melkmarkt in Amsterdam; in de verte is de Schreierstoren al te zien

Meer dan 300 jaar voeren er dagelijks melkschuiten naar Amsterdam met vaten verse melk en karnemelk uit Waterland. De boerderijen met het melkvee stonden onder meer in Zunderdorp en Ransdorp. Vroeg in de morgen werden de koeien gemolken en de melk naar de melksteiger gebracht. Zeilend en bij tegenwind roeien gingen de melkschuiten door de sloten van Waterland naar de sluis van Nieuwendam. Ze kwamen dan ook door het huidige Amsterdam-Noord, dat toen nog grotendeels weiland was. Vanaf daar staken de melkschuiten het IJ over en gingen ze naar de melkmarkt aan de Prins Hendrikkade in Amsterdam-Centrum.

Afbeelding van prentbriefkaart van Centraal Station in circa 1900 met op de voorgrond een melkschuit

Melkschuit meert af bij melkmarkt voor Zunderdorp, Ransdorp en Schellingwoude, nu de aanlegplaats is van rondvaartboten aan de Prins Hendrikkade bij de Sint Nicolaaskerk tegenover het Centraal Station (prentbriefkaart uit circa 1900).

Melkschuiten waren een bekende verschijning op het IJ. Ze konden snel zeilen, zodat de melk zo vers mogelijk bij de klanten in de stad kon komen. Melk kan snel zuur worden, zeker als het warm weer is. En koeling bestond in die eeuwen nog niet. Er waren kleine en grote melkschuiten. De grootste waren tot 10 meter lang en konden wel 1500 liter melk in vaten meenemen. Er voeren ook melkschuiten vanuit Oostzaan, Landsmeer, broek in Waterland en Watergang op Amsterdam. Zij hadden een melkmarkt aan de westkant van Amsterdam-Centrum, bij de Melkmeisjesbrug over de Brouwersgracht.

Tekening van melkmeisje in klederdracht met melk en eieren in Amsterdam rond 1700

Melkmeisje uit Waterland aan het venten in Amsterdam rond 1700, collectie Rijksmuseum

De melk werd, in Amsterdam aangekomen, zo snel mogelijk verkocht. Een groot deel werd via handelaren verkocht. een ander deel werd uitgevent door melkmeisjes die ook uit Waterland kwamen. Zij verkochten de melk rechtstreeks huis-aan-huis. Meestal voerden de melkmeisjes met de melkschuiten mee en ze roeiden ook als dat nodig was. Voor de exploitatie van de melkschuiten werkten de melkveehouders samen in compagnieën. Een melkschuit had een vaste schipper.

Er was wel rivaliteit tussen de verschillende melkschuiten om als eerste op de melkmarkt in Amsterdam te zijn. De vaarroute van Ransdorp en Zunderdorp liep door de sloten van Waterland. Die waren niet overal even diep. Er waren ook nog bruggen. Dat betekende dat zeker niet het hele traject gezeild kon worden. Naast zeilen werd er geroeid. Bij elkaar was het een lange reis van meer dan twee en een half uur heen en terug.

Afbeelding van topografische kaart uit circa 1850 met daarop ingetekend de vaarroute van de melkschuiten uit Zunderdorp en Ransdorp

De vaarroute van Zunderdorp (blauwe lijn) liep via het Zwet, de ringsloot van de Buikslotermeerpolder en het Grote en Kleine Die naar de sluis van Nieuwendam en van Ransdorp (rode lijn) via de Weersloot en de achtersloot van de Waterlandse Zeedijk naar de sluis van Nieuwendam en dan het IJ over naar de melkmarkt (Topografische kaart circa 1850).

De melkschuiten moesten niet alleen snel zijn, maar ook veilig. Het IJ was toen veel breder dan nu en er konden soms hoge golven staan. De melkschuiten moesten er dan vaak recht tegenin. Bij stormachtig weer zijn er wel melkschuiten omgeslagen en daarbij zijn ook mensen verdronken. Toch moesten ze elke dag op en neer, zomer of winter, mooi weer of storm. Zelf ijs kon ze niet tegen houden.

Waterlandse melkschuit op schilderij van het IJ bij de Volewijck van Aernout Smit (uitsnede)

Melkmeiden roeien de Waterlandse melkschuit op het IJ bij de Volewijck, uitsnede schilderij door Aernout Smit, 1656 – 1710

Onder meer in Zunderdorp werden door een schuitenmaker melkjollen (lichte roeiboten voor het vervoer van melk van de weilanden) en weischuiten (platbodems die gemakkelijk in de wei te trekken waren) gemaakt. Op de binnenwerf in Nieuwendam, aan het Nieuwendammer Molenpad werden melkschuiten gemaakt en ook gerepareerd. In 1875 is Gerard de Vries-Lentsch hier begonnen met onder meer melkschuiten, zo blijkt ook uit een interview met J.D. de Vries-Lentsch op de website van Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten. De Vries-Lentsch zou uitgroeien tot een aantal jacht- en scheepswerven

Melkschuiten hebben tot rond 1900 gevaren om melk te vervoeren. In die tijd werden verharde wegen aangelegd in Waterland. De melk werden toen meer en meer vervoerd over deze wegen, aanvankelijk met hondekarren en paard-en-wagen en later met vrachtwagens. De route over de weg liep via de pont over het IJ bij de Buiksloterweg (Tolhuis) en vanaf 1912 via de IJpleinpont (de vroegere Valkenwegpont). De vaarwegen door Waterland werden niet meer werden gebruikt en bij de latere stadsuitbreidingen in Noord geblokkeerd door lage bruggen en dammen.

Foto van wegvarende melkschuit die net door de sluis van Nieuwendam gegaan is, op de achtergrond molen De Hoop

De melkschuit is net door de sluis in Nieuwendam en op de terugtocht naar Ransdorp of Zunderdorp. De jongen op de voorgrond bedient de sluis. op de achtergrond molen De Hoop (collectie HCAN)

Daardoor veranderde er veel in de melkveehouderij, melkverwerking en de melkdistributie. Melkrijders en melkfabrieken zorgden voor schaalvergroting en kwaliteitsverbetering. Maar ook kleine melkveehouders bleven bestaan zoals Jacob van Zalinge (1895-1995) uit Zunderdorp. Hij ging persoonlijk zijn melk verkopen in Amsterdam. Zijn wijk lag in de Jordaan, waar hij met zijn paard-en-wagen, via de pont, heen reed. Jacob heeft als jongen de laatste melkschuiten nog zien varen. Dorpsgenoten, en buren vertelden spannende verhalen over de tochten naar Amsterdam over het grote water van het IJ. Hierover schreef Jacob het volgende gedicht in 1979.

Foto van in Zunderdorp fietsende Jacob van Zalinge

De replica van de Waterlandse melkschuit is genoemd naar veehouder, melkventer en dichter Jacob van Zalinge

De melkbus zal verdwijnen
Op het advies van hogerhand
De tankwagen gaat verschijnen
In ons zuivelrijke Nederland.

Vroeger gingen wij te melken
Met het schuitje of de jol
Als de bloem was aan ’t ontwelken
Hadden wij de bussen vol.

De stadsvaartboer stond reeds te wachten
Bij de hoek der Kerklaan op de melk
Met de melkschuit vervoerden zij hun vrachten
Het kostbaar vocht dat goed is voor elk.

Zeilend soms over woeste baren
Over het IJ naar Amsterdam
Ons voorgeslacht kende geen gevaren
Via het Sluisje van Nieuwendam.

Hun ligplaats was de Prins Hendrikkade
Tegenover de Sint Nicolaaskerk
Bussen en emmers werden uitgeladen
Zo aanvaarde men het dagelijks werk.

Honderd jaar later (aan het eind van de 20ste eeuw) kende vrijwel niemand meer de melkschuiten uit Waterland die eeuwen lang Amsterdam van melk voorzagen. Alle melkschuiten waren in de kachel verdwenen. De scheepshistoricus Gerrit Schutte bracht daar verandering in door de nog beschikbare informatie over de melkschuit samen te brengen en hierover te publiceren. Dit leidde tot de huidige replica van de Waterlandse melkschuit.